Thuiswerken klinkt ideaal: geen file, koffie wanneer je wilt en lunchen aan je eigen keukentafel. Maar zodra je partner ook thuis werkt, verandert het plaatje. Ineens deel je niet alleen je huis, maar ook je werkdag. De een zit in een videovergadering terwijl de ander geconcentreerd een rapport wil schrijven, en voor je het weet ontstaat er irritatie over iets kleins als een rinkelende telefoon of een stoel die steeds bezet is.
Het goede nieuws is dat je met een paar slimme keuzes en heldere afspraken prima samen kunt thuiswerken. In dit artikel lees je hoe je twee werkplekken in één huis creëert, hoe je omgaat met bellen en stilte, en hoe je de beschikbare ruimte zo verdeelt dat het voor jullie allebei eerlijk voelt.
Twee werkplekken, ook in een klein huis
De basis van samen thuiswerken is dat ieder een eigen plek heeft. Werken aan dezelfde tafel kan een dag goed gaan, maar op lange termijn zit je elkaar letterlijk in de weg. Kijk daarom kritisch naar je woning. Een logeerkamer, een hoek van de slaapkamer, een overloop of zelfs een brede gang kan ruimte bieden voor een compact bureau.
Heb je maar één geschikte kamer? Zet de bureaus dan niet tegenover elkaar, maar met de ruggen naar elkaar toe of tegen verschillende muren. Zo kijk je niet steeds op elkaars scherm en voel je minder dat je constant samen bent. Een boekenkast of kamerscherm tussen de twee plekken helpt om ook visueel een scheiding te maken.
Afspraken over bellen en vergaderen
Bellen is vaak de grootste bron van ergernis. Wie veel vergadert, heeft een rustige plek nodig, terwijl de ander juist last heeft van een doorlopend gesprek op de achtergrond. Bespreek daarom aan het begin van de week of elke ochtend even jullie agenda’s. Zo weet je wanneer de ander een belangrijk gesprek heeft en kun je daar rekening mee houden.
Spreek ook af wie bij vergaderingen uitwijkt naar een andere ruimte. Degene met de meeste calls kan bijvoorbeeld de plek met een deur krijgen. Een goede headset met microfoon maakt bovendien een groot verschil: je hoeft minder hard te praten en je collega’s horen je partner niet op de achtergrond.
- Deel elke ochtend kort je belmomenten
- Gebruik een headset tijdens gesprekken
- Spreek een teken af voor ‘niet storen’, zoals een dichte deur
- Plan belangrijke calls niet tegelijk in dezelfde ruimte
Rust en concentratie bewaken
Naast bellen speelt ook gewone concentratie een rol. Sommige mensen werken het best in stilte, anderen zetten graag muziek op. Praat daar open over, zonder dat het een verwijt wordt. Een koptelefoon met ruisonderdrukking kan een uitkomst zijn voor wie snel afgeleid raakt.
Het helpt ook om vaste rustmomenten af te spreken, bijvoorbeeld een uur in de ochtend waarin jullie elkaar niet aanspreken. Daarnaast kun je juist bewust samen pauzeren. Een gezamenlijke lunch of een korte wandeling voorkomt dat je de hele dag kleine vragen aan elkaar stelt en geeft je toch het gevoel dat je samen thuis bent.
De juiste spullen voor een prettige plek
Een werkplek is meer dan een tafel en een laptop. Een verstelbare bureaustoel, een monitor op ooghoogte en goede verlichting zorgen ervoor dat je de hele dag comfortabel werkt. Als een van jullie het met een keukenstoel moet doen, voelt dat al snel oneerlijk. Probeer daarom beide plekken op een vergelijkbaar niveau in te richten.
Twijfel je welke producten bij jouw situatie passen, dan kun je op een site als kantoorrecensie meer informatie en tips vinden over het inrichten van een thuiskantoor. Neem de tijd om te vergelijken, want een goede stoel of lamp gebruik je jarenlang.
Ruimte eerlijk verdelen
Eerlijk verdelen betekent niet altijd precies gelijk verdelen. Kijk naar wat ieder nodig heeft. Werkt de een vier dagen thuis en de ander twee, dan is het logisch dat de vaste thuiswerker de beste plek krijgt. Heeft een van jullie veel vertrouwelijke gesprekken, dan weegt een afsluitbare ruimte zwaarder.
Spreek af dat jullie de verdeling na een paar weken evalueren. Wat in het begin handig leek, kan in de praktijk anders uitpakken. Durf ook te wisselen: de ene week jij in de werkkamer, de andere week je partner. Zo voelt niemand zich structureel benadeeld.